Verbijstering bij E=mc.

Wiskunde, stelt A.Einstein, gaat exclusief over de relatie van concepten onderling, wiskunde zegt hij, houdt zich niet bezig met de relatie van de concepten tot de werkelijkheid. Ook de fysica stelt hij, houdt zich bezig met wiskundige concepten, maar deze concepten krijgen enkel betekenis als hun relatie met de objecten van de ervaring ondubbelzinnig is vastgelegd. Dit zegt hij gaat in het bijzonder op voor de concepten beweging, ruimte en tijd (De Relativteitstheorie 1949, blz.1). Ik vraag mij hierbij met verwondering af met welk object van de ervaring het concept "kwadraat van een snelheid" ondubbelzinnig is vastgelegd, een concept dat door hem toch duidelijk in de fysica gebruikt wordt ? Er bestaan duidelijk helemaal geen kwadraten van snelheden en het begrip "kwadraat van een snelheid" is zuiver een mathematisch fantasieproduct. Het zogenaamde kwadraat van b.v. 50 km/u is 2500 km≤/u≤ maar niemand heeft ooit km≤/u≤ gezien, het is zuiver een mathematisch fantasieproduct.

Wat kwadrateert men dan toch ? Vermenigvuldigen kan men alleen maar met getallen, er bestaan alleen maar kwadraten van getallen. Met b.v. massa kan men niet vermenigvuldigen en met ruimte en tijd ook niet. Snelheid is ruimte/tijd oftewel meters/secondes dus wie snelheid kwadrateert, kwadrateert meters en secondes en hoewel natuurkundigen dit al heel lang min of meer onbevangen doen is dat gewoon onzin, alleen kwadraten van getallen zijn zinvol, er bestaan geen kwadraten van meters in de zin van afstanden en er bestaan geen kwadraten van secondes. Het vermenigvuldigen van een ruimte-eenheid met een ruimte-eenheid en een tijd-eenheid met een tijd-eenheid is even irreŽel als vermenigvuldigen met een eenheid van massa, als kilogram x kilogram dus, er bestaat ook geen kwadraat kilogram. Dit doet men al sinds de Middeleeuwen. Maar dat is dus dwaas en de enige rechtvaardiging hiervoor is in feite dat de natuurkundigen er zulke indrukwekkende resultaten mee behalen en daarom en alleen daarom zijn ze zeer weigerachtig toe te geven dat het niettemin gewoon absurd is. Maar iedereen die onbevangen zijn verstand gebruikt, dus niet verblind is door de drang om de ruimte en de tijd te mathematiseren en de resultaten, kan zien dat dit gewoon irreŽel is. Het kwadraat van een seconde is net zo irreŽel als het kwadraat van een banaan en de inderdaad indrukwekkende resultaten van de natuurkunde wissen dit niet uit.

Nogmaals wat kwadrateert men eigenlijk ? Er bestaat geen enkel verband tussen ongeacht welk getal en ongeacht welke snelheid, net zo min als tussen getallen en massa. En daar men de snelheid zelf niet kan kwadrateren kan men dus alleen maar een willekeurig getal kwadrateren en dat is onzin. Als men getallen, scalaire getallen, koppelt aan b.v. massa of snelheid, wordt de grootte van die getallen bepaald door de keuze van de eenheden van massa of snelheid, door de eenheden die men gebruikt en alleen door die eenheden en niet door de betreffende massa of snelheid. En alle eenheden van massa of snelheid die men hierbij gebruiken kan zijn gelijkwaardig. De keuze is volkomen willekeurig, de getalwaarden die men gebruikt om een hoeveelheid massa te bepalen zijn afhankelijk van de willekeurig gekozen eenheid, de kilogram, niet van de massa in kwestie. Die getalwaarden zeggen niets over de massa of de snelheid. Zelfs al er eenheden van ruimte en tijd zouden bestaan zou de keuze van de eenheden nog willekeurig zijn. Maar die eenheden van snelheid, meters en secondes, bestaan niet eens.

Afstanden en periodes bestaan natuurlijk wel, maar dan wel duidelijk alleen in de zin "er-zijn", actueel zijn, maar niet in de zin van "zijn", van "existeren", ze "zijn" niet afhankelijk maar "zijn-er" afhankelijk. Afstanden en periodes zijn geen eenheden van ruimte en tijd, ze "zijn" helemaal niet, het zijn slechts fenomenen, verschijningen die uit het niets worden opgeroepen door de objecten en de gebeurtenissen zoals al gezegd is door de Duitse filosoof Leibnitz, maar "zijn" zelf niets. Iets dat fysisch "is", bevindt zich in een ruimte maar de ruimte zelf is niet fysisch zoals al door vele filosofen is gezegd. De ruimte en tijd die wij afleiden uit de afstanden en de periodes bestaan alleen maar in onze gedachten en ruimte- en tijdeenheden als meters en secondes bestaan dus ook alleen maar in onze gedachten. Meters en secondes zijn wel SI-eenheden die vastgesteld zijn om afstanden en periodes met elkaar te kunnen vergelijken maar het zijn niettemin volkomen willekeurige, gefantaseerde eenheden want er bestaan geen zelfstandige, onafhankelijke, eenheden van ruimte en tijd. Die bestaan niet in de zin van "zijn" en zelfs ook niet in de zin van "er-zijn". Ruimte en tijd "zijn" niets en zijn dus ook niet deelbaar, iets wat de Griek Zeno 2500 jaar geleden al gesteld heeft, een stelling die nog nooit weerlegd is door de natuurkundigen en er kunnen dus geen eenheden van ruimte en tijd bestaan.

Er zijn veel natuurkundigen, met name A.Einstein, die er van uitgaan dat ruimte en tijd substantieel zouden zijn maar hiervoor is geen echt doorslaggevend bewijs. A.Einstein's belangrijkste argument voor het bestaan van die fysische ruimte is dat die volgt uit zijn Algemene Relativiteitstheorie zegt hij in een artikel (Capek, blz.337) van 1922. Maar in een ander artikel (Einstein 1949, blz.1) stelt hij dat die theorie "gebaseerd is op de consistente fysische interpretatie van de concepten beweging, ruimte en tijd" dat dat dus een postulaat is waarvan hij is uitgegaan. Bewijzen echter dat God bestaat op basis van een postulaat dat die bestaat kunnen niet geaccepteerd worden en dat geldt dus ook voor het bestaan van zijn fysische ruimte. Zijn theorie is dus gebaseerd op de consistente, fysische, interpretatie van de begrippen beweging, ruimte en tijd. Fysische concepten stelt hij hierbij dus terecht, krijgen enkel betekenis als hun relatie met de objecten van de ervaring ondubbelzinnig is vastgelegd en voegt hij dus hieraan toe, dat geldt in het bijzonder voor de concepten beweging, ruimte en tijd (Einstein 1949, blz.1). Elders (Einstein 1942, voorwoord) stelt hij echter dat zijn ruimte/tijd niet noodzakelijk iets is waaraan men een afzonderlijk bestaan kan toeschrijven, onafhankelijk van de objecten en de gebeurtenissen. De relatie van zijn fysische concepten met de objecten van de ervaring is dus kennelijk niet ondubbelzinnig vastgelegd. Net zo min als die van de kwadraten van snelheden.

A.Einstein stelt dat zijn ruimte/tijd kan krimpen en krommen, maar wat er beweegt zegt hij nergens. Zijn ether of ruimte is nooit meer geweest dan de behoefte aan iets dat het overbrengen van zwaartekracht en lichtgolven kan verklaren, die is nooit meer geweest dan een benodigde hypothese, waargenomen is zijn fysische ruimte nooit. Zijn aanname dat het anders onmogelijk is werking op afstand aan te nemen is zijn grootste motief om het bestaan van ether of fysische ruimte aan te nemen. Na veel meningsverschillen kwam hij in zijn artikel "The Inadequacy of Classical Models of Aether" van 1922 (Capek, blz.329/37) tot de conclusie dat "The Aether of the General Theory of Relativity is a medium which is itself free of all mechanical and kinematic properties, but helps to determine mechanical (and electromagnetic) happenings". En verder dat "the state at every point is determined by the laws of its relationship with matter and with the state at neighbouring points expressed in the form of differential equations". Hij zegt dus wat de functie is van ether en waar het door bepaald wordt, maar niet wat het is. Over de ether en de ruimte is eindeloos gedebatteerd en wordt nog steeds gedebatteerd, zekerheid hierover hebben de natuurkundigen ook nu nog steeds niet. A.Einstein's teksten, en niet alleen die van hem, gaan in feite alleen over de noodzakelijkheid van het bestaan van die fysische ruimte, over veronderstellingen van eigenschappen die die fysische ruimte zou moeten hebben om b.v. lichtgolven door te kunnen laten. Er moet iets zijn dat lichtgolven etc. transporteert en hij bespreekt daarom de consequenties van eventuele hardheid, elasticiteit, korreligheid etc.. Maar verder blijft het alleen maar een uiterst ijl fenomeen waarvan geen enkele fysische eigenschap daadwerkelijk gegeven wordt. Van enig bewijs dat die werkelijk bestaan is geen sprake, alleen van de noodzakelijkheid van het bestaan voor zijn theorie, maar dat is wat anders.

Ook A.Einstein's aanname dat de beweging fysisch zou zijn is volgens mij zeer aanvechtbaar. Ook de beweging is duidelijk alleen maar een fenomeen, het "is-er" alleen maar, maar "is" niet iets. Het filosofische begrip "zijnsstatus" is bij dit denken over beweging, ruimte en tijd natuurlijk zeer belangrijk. De Duitse filosoof Heidegger heeft er al op gewezen dat wij er ons goed van bewust moeten zijn dat "zijn"  en "er-zijn" twee fundamenteel verschillende begrippen zijn. Hij stelde terecht dat "zijn" een werkwoord is en "er-zijn" niet. Wij moeten er ons daarom goed van bewust zijn dat onze realiteit, alles wat "er-is", alles wat aan onze  zintuigen verschijnt, duidelijk gevormd wordt door twee soorten fenomenen, fenomenen die "er-zijn" eenvoudig omdat ze ook iets "zijn" en door fenomenen die alleen maar "er-zijn", maar niet iets "zijn" en ook niet afhankelijk "zijn" zoals men vaak slordig stelt, maar alleen afhankelijk "er-zijn" ten opzichte van een referentiekader. Dit verschil in zijnsstatus is natuurlijk zeer belangrijk maar wordt in de natuurkunde vrijwel genegeerd. Ter verduidelijking: twee stenen van verschillende grootte "zijn-er" eenvoudig omdat ze ook iets "zijn", maar het verschil tussen die twee stenen "is" niet en "is-er" alleen maar ten opzichte van die twee stenen, ten opzichte van een referentiekader dus.

Ook beweging en snelheid zijn alleen maar fenomenen meer niet. Het is onjuist te stellen dat ze afhankelijk zouden "zijn" want het is duidelijk dat ze alleen maar afhankelijk "er-zijn" en dat is een belangrijk verschil. Ze bestaan niet in de zin van "existeren", hun "er-zijn" spruit niet voort uit hun "zijn", want ze "zijn" niet en hebben geen subatomair substraat. Bewegen en snelheid ontwikkelen kan alleen maar ten opzichte van een referentiekader, in een verder lege ruimte kan een voorwerp niet bewegen of snelheid ontwikkelen. Beweging is een positieverandering en de posities zelf "zijn" ook niet, die "zijn-er" zelf ook alleen maar. Bewegen is het continu doorlopen van zuiver relatieve posities, van verhoudingen dus die duidelijk niets "zijn". Posities "zijn-er" alleen maar, volledig afhankelijk van een referentiekader, er bestaan geen absolute plaatsen, alleen maar posities die actueel worden door de aanwezigheid van fysische objecten maar daardoor niet fysische inhoud krijgen. De beweging is een verandering in posities die zelf niet "iets" zijn en een verandering in fenomenen die zelf niets "zijn" kan daarom onmogelijk zelf wel "iets" zijn. De beweging zelf heeft dan ook geen enkele invloed op de fysische inhoud van een object zoals G.Galilei al heeft vastgesteld en er kunnen dus onmogelijk hoeveelheden van beweging of snelheid bestaan. Beweging en snelheid "zijn" niet zelf iets, net zo min als een verschil in grootte tussen twee voorwerpen iets "is". Er bestaan gewoon helemaal geen hoeveelheden beweging of snelheid. Beweging en snelheid "zijn-er" alleen maar afhankelijk, net als het verschil in grootte tussen twee voorwerpen ook niet afhankelijk iets "is" maar alleen afhankelijk "er-is", volledig afhankelijk van de twee voorwerpen. Dit is al gezegd door diverse bekende filosofen zoals Averroēs, Ockham, Huygens en Leibnitz, maar aan hun uitspraken wordt te weinig aandacht gegeven.

Die zijnsstatus van de beweging en de snelheid, het niet werkelijk "zijn"er van, heeft een belangrijke consequentie. Kracht, energie, blijft zoals bekend altijd behouden en kan dus niet alleen maar niets worden. Dus als beweging en snelheid alleen maar "er-zijn" en niet "existeren" kunnen zij onmogelijk als enig rechtstreeks gevolg voortkomen uit iets als kracht dat wel "existeert", want iets (kracht) wordt dus nooit zo maar niets (positieverandering). De aanname dat een impuls rechtstreeks een positieverandering zou veroorzaken moet dus onjuist zijn. Een impuls bepaalt uiteraard de snelheid en de richting van een beweging, maar een voorwerp blijft doorgaan met de beweging als het los is van de impuls. De heel oude vraag waarom een voorwerp ook zonder rechtstreekse impuls zijn weg blijft vervolgen, althans "tracht" te vervolgen, moet dus nog beantwoord worden. Het is hierbij duidelijk dat de vrije beweging zelf van een voorwerp gezien moet worden in het kader van de traagheidswet die stelt dat ieder lichaam in rust of in constante rechtlijnige beweging blijft zolang er geen krachten op werken. Een kogel krijgt energie in het geweer maar eenmaal uit de loop vliegt hij verder als consequentie van de traagheidswet, zonder impuls. Het bewegen van de kogel heeft als harde basis, traagheid,volharden in constante, rechtlijnige, voortzetting. Die constante,  rechtlijnige, beweging die verstoord zal worden door luchtweerstand etc. is in feite niet veel meer dan een gedachtenconstructie van natuurkundigen die in de natuur vrijwel niet voorkomt maar moet niettemin gezien worden als de basis van de  vrije beweging van een voorwerp. De snelheid en de richting van een bewegende kogel of bal worden bepaald door de impuls, kracht, maar de positieverandering zelf is altijd een consequentie van de traagheidswet. De basis van beweging en snelheid is zonder twijfel wat men traagheid noemt en de vraag hierbij is natuurlij wat de zijnsstatus van de traagheid is, "is" traagheid iets of is traagheid niets ?

Uit het niet "zijn" van de beweging, iets wat mensen als Leibnitz en Huygens al 300 jaar geleden inzagen, volgt volgens mij dat de traagheid, ik denk dat starheid een betere naam is, beslist geen kracht kan zijn {iets waar Newton ook al aan twijfelde, een "kracht" die niet dynamisch is, is een tegenspraak in zichzelf vond hij terecht) niet "iets" kan zijn maar dat het net als de beweging een niet-zijnde moet zijn. Naast het alleen maar "er-zijn" van de constante beweging kan ook de starheid niet "zijn" maar alleen maar "er-zijn". Ook starheid kan niet "zijn", "is-er" ook alleen  maar  en is een niet-zijnde, net als de bewegingen en de posities. Starheid kan alleen maar actueel worden, starheid is nooit de oorzaak van een beweging maar een door kracht veroorzaakte invloed maakt de starheid actueel, roept die op. Starheid kan inderdaad alleen maar weerstand bieden, passief  "er-zijn", geen invloed uitoefenen, niet actief zijn. Starheid beīnvloedt niets, leidt niet tot veranderingen, kan niet de oorzaak zijn van iets en is ook nooit de oorzaak van iets want starheid is niets. Krachten oefenen invloed uit, starheid oefent nooit invloed uit, starheid wordt alleen maar actueel, "is-er" alleen maar. Krachten doen iets, starheid doet niets, kan niets "doen" omdat het niets is, net als een positie of een verschil.

Starheid kan niet "zijn" en "is" ook niet. Starheid is niet de neiging om rechtlijnig voort te gaan, maar het onvermogen om te veranderen. Het is de afwezigheid van iets, de afwezigheid van kracht om te veranderen, maar starheid zelf is niet kracht. Starheid, trage massa, verschijnt alleen maar, "is-er" alleen maar, maar "is" niets. Dit is natuurlijk zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de formule E=mc≤. Want hieruit volgt dat A.Einstein's aanname dat zware en trage massa equivalent zouden zijn, zeer aanvechtbaar is. Ze zijn fundamenteel verschillend terwijl de geldigheid van die aanname cruciaal is voor de acceptatie van de formule E=mc≤. Als A.Einstein meent probleemloos over te kunnen schakelen van trage naar zware massa, die equivalent noemt, moet ik mij toch afvragen of dat wel geoorloofd is in zijn redeneringen die ik als leek verder niet kan volgen. Hij gaat van zuivere mathematica over op natuurkunde zonder dat iets gezegd wordt over het cruciale verschil tussen "zijn" en "niet-zijn". Voor mij staat echter vast dat zware massa "is" en trage massa niet "is" Het verschil tussen beiden is de fundamentele tegenstelling tussen "zijn" en "niet-zijn". Starheid "is" niet, net zo min als beweging, snelheid, ruimte en tijd.

Deze fout wordt meer gemaakt. Ik lees op internet onder de titel "Space-time relationism in Newtonian and Relativistic Physics" een artikel van Dennis Dieks van de universiteit van Utrecht waarin Dennis Dieks zijn argumentatie begint met te stellen dat in het klassieke model van de mechanica wordt onderscheiden tussen eigenschappen die direct tot een  systeem behoren en eigenschappen die slechts indirect tot een systeem behoren. Tot de eerste categorie zegt hij, rekent de klassieke mechanica  eigenschappen als massa en electrische lading en tot de tweede categorie eigenschappen als positie en beweging omdat die de aanwezigheid van ruimte en tijd als omvattende media vereisen. Ik denk dat dat een grote fout  is van de klassieke mechanica en dat het hier niet gaat om het verschil tussen direct en indirect maar om het fundamentele verschil tussen "zijn" en "niet-zijn". Massa en electrische lading "zijn" iets, positie en beweging "zijn" niet iets maar "zijn-er" alleen maar relatief . De verdere redeneringen van Dennis Dieks kan ik niet volgen daarvoor ken ik te weinig natuurkunde, maar het is wel zeker dat zijn verdere conclusies hierdoor zeer aanvechtbaar moeten worden. En dat moet volgens mij om dezelfde reden ook gelden voor die van A.Einstein in zijn Algemene Relativiteitstheorie.                       

Men overschrijdt in de natuurkunde voortdurend de grens tussen "Zijn" en "er-zijn" en als gevolg daarvan ziet men ook niet meer het verschil tussen natuurkunde en pure mathematica. I.Newton, A.Einstein en andere natuurkundigen beseffen voortdurend onvoldoende wanneer ze niet meer bezig zijn met natuurkunde maar met zuivere mathematica. De formule waarop de kwantificering van ruimte en tijd is gebaseerd, de formule voor snelheid, de deling ruimte/tijd, is zuiver mathematica, want ruimte en tijd zijn "zijn" niets en zijn dus ondeelbaar. Alle bewerkingen, vermenigvuldigen etc. die men op basis hiervan uitvoert zijn niet meer dan pure mathematica. Maar dat wordt door de natuurkundigen vanwege de belangrijke resultaten die men heeft behaald hardnekkig genegeerd. De formule Ĺ(beginsnelheid + eindsnelheid) b.v. is pure mathematica want er bestaan geen hoeveelheden snelheid. Ook geldt dat 5 appels is veelvoud, maar 5 meters en 5 secondes niet die zijn een eenheid want ruimte en tijd zijn ondeelbaar. In feite is de hele kwantificering van ruimte en tijd zeer aanvechtbaar.

Ook A.Einstein heeft onvoldoende aandacht voor de zijnsstatuys, de zuiver mathematische aard van de fenomenen waarop zijn concepten betrekking hebben. Hij werkt met kwadraten van snelheden en kwadraten van snelheden hebben dus geen enkele binding met de betreffende snelheid of de realiteit en dat geldt ook voor het zogenaamde kwadraat van de snelheid van het licht. Hij vergelijkt het zogenaamde kwadraat van een willekeurige scalaire getalwaarde met de reŽle getalwaarde van de verhouding tussen energie en materie en dat is niet acceptabel.. Het gaat niet om het kwadraat van de snelheid van het licht, die kent helemaal geen getalwaarde, maar om het zogenaamde kwadraat van de afstand genoteerd in vrij willekeurige ruimte-eenheden, die het licht in een vrij willekeurige periode aflegt. Dit klopt natuurlijk altijd als men maar de juiste eenheden kiest. Zelfs al zouden ruimte en tijd en die eenheden substantieel zijn, dan zou dat kwadraat nog geen enkele betekenis hebben.

E=mc≤ is dus strikt genomen nonsens, iets wat iedere natuurkundige wel weet. Maar de formule van A.Einstein is eigenlijk E=m(c/v)≤. Hieruit heeft men afgeleid dat dan ook zou gelden E=mc≤/v≤ zoals geldt voor getallen. Dit is zeer aanvechtbaar want c en v zijn geen getallen maar snelheden zonder getalwaarde. En vervolgens laat men v≤ weg omdat v zo onbelangrijk is ten opzichte van c en omdat E=mc≤ mooier klinkt. Maar dat is wetenschappelijk niet verantwoord. Men verandert hierbij de bron van de getalwaarde en dat kan niet. De getalwaarde van de factor zit duidelijk in het verschil tussen c en v en niet in de snelheid van het licht. Dat kan ook onmogelijk want de snelheid van het licht heeft, net als alle snelheden, helemaal geen eigen getalwaarde. De getalwaarde van die formule kan dus onmogelijk iets met ongeacht welke snelheid te maken hebben. Gezien het zeer variabele karakter van v is ook de waarde van deze formule voor mij onduidelijk maar dat is niet mijn probleem.

Ik weet niet of nog ooit zal blijken dat er enig verband bestaat tussen de snelheid van het licht en de factor die nodig is om energie om te zetten in materie, maar de bewering dat dit zou volgen uit de zogenaamde kwadratering van de afstand die het licht in een bepaalde, volkomen willekeurige, periode aflegt is duidelijk irreŽel. Dat kan onmogelijk iets te maken hebben met de factor die nodig is om energie om te zetten in materie. Ik lees bij Dijksterhuis dat natuurkundigen, o.a. Galilei, in het verleden met theorieēn zijn gekomen waarvan het eindresultaat aardig bleek te kloppen met de realiteit maar die toch niet goed waren. Men wist wat voor resultaat men ongeveer moest hebben en had daar dan naar toe gewerkt. Ik kan alleen maar concluderen dat dat ook zo moet zijn met de Algemene Relativiteitstheorie, dat A.Einstein heeft geweten wat het moest worden en daar naar toe gewerkt heeft. Het onderwerp had destijds veel aandacht en er werd veel over gediscussieerd.

Samenvattend kan ik wat betreft snelheid tot mijn grote verwondering alleen maar  constateren dat die beslist niet bestaat in de zin van "existeren" van "zijn" maar alleen in de zin van "er-zijn". Het kwadraat van een snelheid kan dus onmogelijk bestaan in de zin van "Zijn". Maar het bestaat duidelijk ook niet in de zin van "er-zijn". Het bestaat dus helemaal niet, het is een fantasieproduct. De getalwaarde van het kwadraat wordt bepaald door de willekeurige eenheden van ruimte en tijd en heeft niets te maken met de snelheid zelf. Er bestaat geen enkel verband tussen ongeacht welke snelheid en ongeacht welk getal. De eenheden van ruimte en tijd die men gebruikt voor de bepaling van snelheid bestaan niet in de zin van "Zijn" en ook niet in de zin van "er-zijn".

E=mc≤ kan dus onmogelijk betekenis hebben want snelheid heeft geen getalwaarde en het kwadraat van een snelheid, ook dat van de lichtsnelheid, kent geen getalwaarde.  E=m(c/v)≤ kan wel waarde hebben, dat weet ik niet, maar de getalwaarde van (c/v)≤ zit in het verschil tussen c en v en kan onmogelijk in de snelheid van het licht zitten want die kent dus geen getalwaarde. C≤ is niet meer dan een mathematisch fantasie-product net als Roodkapje niet meer is dan een literair fantasie-product beiden zijn volslagen irreŽel. E=m(c/v)≤ kan onmogelijk iets met de snelheid van het licht te maken hebben en E=mc≤ is voor iedere leek gelijkwaardig met E=m.Roodkapje. Voor mij als leek op het gebied van de natuurkunde maar niet in de filosofie van de natuurkunde verbijsterend maar ik kan niet anders concluderen.

Literatuur:

Capec Milic             The Concepts of  Space and Time                  D.Reidel, Boston 1976.

Dijksterhuis E.        De Mechanisering v/h Wereldbeeld               Meulenhoff, Asd 1950.

Einstein A.              De Relativiteitstheorie (1949)                        Elmar B.V., Rijswijk, 1997.

Einstein A.              Relativity (1952)                                             Routledge, New-York, 1954.

Icke V.                    Christiaan Huygens                                         Historische Uitgeverij, 2005.

Karskens M.            Leibnitz, Metafysische Verhandeling             Wereldvenster, Bussum, 1981.

 

Home